Algemeen
commentaar
De
Minister dient de hem gestelde vragen correct,
scherp en exact te beantwoorden - dat wil zeggen in korte, duidelijke en
precieze formules, zonder toevoegingen die niet relevant zijn voor het
beantwoorden van de vraag in kwestie. De antwoorden dienen tevens pertinent te
zijn, dat wil zeggen vanuit een oogpunt van redeneer- techniek onaanvechtbaar.
De
Minister maakt zich in de onderstaande antwoorden schuldig aan het bezigen van
vaktermen, beschrijvingen en beeldvorming waar geen van hiervoor bedoelde
kenmerken in zijn terug te vinden, die tot begripsverwarring leiden en die er
kennelijk op gericht zijn om op quasi- wetenschappelijke of misleidende wijze
het bestaan van niet aanwezige hoedanigheden van het leidingwater te suggereren
______________________________________________
1.
Jaarrapportage 2001
van N.V. PWN
Waterleidingbedrijf
Noord-Holland,
zich in 19 van de 52
metingen
Trichloormethaan
(chloroform) in het
leidingwater bevond
in gehalten die
ver boven de norm
lagen?
_____________________________________________
1. Antwoord Minister VWS/ Staatssecretaris
VROM:
In de door u aangegeven jaarrapportage worden de gemeten concentraties gerelateerd aan de door de VEWIN opgestelde aanbevelingen voor diverse stoffen.
VEWIN dient zich aan de wet te houden, niet anders om
- de wet geeft geen recht aan VEWIN om haar
eigen normen te stellen
- integendeel, het toelaten van stoffen die
schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid moet worden geacht te zijn ‘dermate
ingrijpend dat een drinkwaterbedrijf daar zonder wettelijke grondslag’ daartoe
niet de vrijheid heeft (vergelijk formulering arrest Hoge Raad 1973 nav fluor
in drinkwater)
- de wet luidt als volgt:
-artikel 4 lid 1Waterleidingwet: leidingwater dient ‘deugdelijk’ te
zijn
-artikel 4 lid 1 (oud) Waterleidingbesluit: ‘drinkwater mag geen
eigenschappen hebben waardoor het voor de gezondheid nadelig kan zijn’
-artikel 4 nieuw komt - volgens schriftelijke bevestiging van VEWIN
zelf - op het zelfde neer
- VEWIN is bovendien producent en leverancier – ook uit oogpunt van
scheiding van machten/ verantwoordelijkheden - een niet te verdedigen opzet
Dit zijn geen wettelijke normen maar aanbevelingen voor de bedrijfsvoering in de waterleidingsector.
Hier is sprake van kretologie die tot
(opzettelijke?) begripsverwarring leidt:
- doordat in het antwoord van de Minister –
en belangrijker: in alle uitingen naar de pers en media - systematisch over
‘normen’ ipv ‘VEWINS eigen normen’ wordt bij het publiek ten onrechte de indruk
wordt gewekt dat VEWIN aan alle ‘wettelijke’ normen voldoet
- daarbij komt dat op basis van
‘aanbevelingen’ van welk orgaan dan ook geen effectieve handhaving door de Inspectie
Volkgezondheid kan plaatsvinden (er worden immers geen wettelijke normen
overtreden)
- overigens wordt door deze opmerking
bevestigd dat er voor meerdere stoffen wettelijk normen ontbreken
- door deze kunstgreep van VEWIN/
drinkwaterbedrijven/ VROM wordt de gedoogcultuur en achterkamertjes politiek
bij leidingwater voorziening gevestigd en in standgehouden
De gemiddelde concentratie in 2001 in het drinkwater bij NV PWN is 10,1 mg/l voor chloroform, gelijk aan de VEWIN-aanbeveling die daarvoor staat (10 mg/l).
In de wet
wordt de producent niet het recht gegeven om - bij de beoordeling of er sprake
is van normoverschrijding - uit te gaan van een gemiddelde concentratie van een
stof, en zeker niet over een door hem zelf vast te stellen willekeurige periode.
- Integendeel,
uit artikel 4 lid 1 Waterleidingbesluit valt af te leiden dat niet met
gemiddelden mag worden gerekend:
- De
tekst voor 1 januari 2003 luidde: “drinkwater ( ) mag geen eigenschappen hebben waardoor het
voor de gezondheid nadelig kan zijn”
- De
tekst na 1 januari 2003 luidt (waarom en op wiens instigatie is dit
veranderd?): “Leidingwater ( ) bevat geen micro-organismen, parasieten of
stoffen in aantallen per volume –eenheid of concentraties die nadelige gevolgen
voor de volksgezondheid kunnen hebben”
- Zowel
krachtens de oude als de nieuwe tekst
-mag het leidingwater geen stoffen bevatten die schadelijk kunnen
zijn voor de gezondheid
-ligt
de bewijslast dat een concentratie geen nadelige gevolgen kan hebben op de
drinkwater bedrijven
-zonder
bewijs is het afleveren van leidingwater met deze stoffen onrechtmatig
-een
waarschuwing aan de consument is de minimale consequentie onder een zodanige
omstandigheid
- alleen
als aangetoond wordt dat de gezondheid aan een bepaald gemiddelde, over een
nauwkeurig gedefinieerde tijdsperiode en bij levenslange blootstelling, geen
schade kan leiden dan zou het werken met gemiddelden mogelijk aanvaardbaar
kunnen zijn;
- chloroform
is echter erkend kankerverwekkend en mogelijk verdacht genotoxisch (zie hierna)
-bij genotoxische werking gaar men ervanuit “dat er geen dosering
bestaat waaronder geen effect zou optreden, aangezien een molecuul in principe
in staat is hetDNA zodanig te veranderen dat er een irreversibele verandering
kan optreden welke tot tumorgroei kan leiden” (zie voornoemd RIWA rapport, blz
215)
-drinkwaterbedrijven
kunnen derhalve niet waarborgen (garanderen) dat zelfs een molecuul van
chloroform geen schade aan de gezondheid kan veroorzaken
-alleen
hierom overtreedt PWN Waterleidingbedrijf Noord Holland de wet en dient zij per
ommegaande de consument te informeren
- Sinds
vaststaat dat ook zeer lage concentraties een gevaar voor de gezondheid kunnen
opleveren kan niet zonder wetenschappelijk bewijs gewerkt worden met
gemiddelden (zie website www.ewg.org).
In het Waterleidingbesluit, bijlage A, is
als norm voor de som van trihalomethanen, waartoe chloroform behoort, een maximum waarde van 50 mg/l opgenomen. Voor het voldoen aan deze norm geldt
een overgangstermijn van vijf jaar: tot 1 januari 2006 geldt een maximum waarde
van 100 µg/l. De norm van 50 µg/l die geldt vanaf 1 januari 2006 is stringenter
dan de norm zoals vastgelegd in de Europese Richtlijn 98/83/EG inzake de
kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd drinkwater: 100 µg/l en tot
2008 150µg/l.
Naast deze maximum waarde geldt voor trihalomethanen een maximum waarde van 25
µg/l voor negentig procent van de gemeten waarden (90 percentiel). De maximum
waarde voor trihalomethanen van 50 µg/l is in 2001 niet overschreden. Wel bedraagt in 2001 bij één pompstation (Andijk) de 90 percentiel voor
trihalomethanen 35 µg/l, hetgeen een lichte overschrijding betekent van de
maximum waarde van 25 µg/l voor de 90 percentiel.
Hier
wordt een rookgordijn opgetrokken. De wet is duidelijk - er mogen geen stoffen
in het leidingwater zitten (in welke concentratie dan ook) die schadelijk kunnen
zijn voor de gezondheid
- De
bewijslast is omgekeerd: VEWIN mag uitsluitend leidingwater afleveren met een
of meer stoffen (hoe laag deze ook zijn) indien zij op basis van
wetenschappelijke onderzoeksrapporten kan waarborgen (garanderen) dat deze geen
schade aan de gezondheid kunnen opleveren
- Deze
waarborg geldt voor korte, middellange en lange termijn: DES had geen
aantoonbaar schadelijk effect op moeders maar veroorzaakte kanker en andere
schade aan de gezondheid bij de dochters (teratogene werking)
Overigens
behoort Chloroform niet tot de microvoedingsstoffen (zoals mineralen en
vitaminen) die bevorderlijk zijn voor lichaamsprocessen
- in
tegendeel: chloroform behoort tot de stoffen die kankerverwekkend zijn
- de
norm hoort derhalve nihil (0) te zijn,
- de
eigen norm van VEWIN is in het leven geroepen omdat drinkwater bedrijven de
grootste problemen hebben om deze stof met hun zuiveringstechnieken uit het
leidingwater te verwijderen
Zie
bijvoorbeeld datasheet rapport ‘Herziening Normen Waterleidingbesluit’ (KIWA
1993, met medewerking van afgevaardigden van VROM, RIVM,VEWIN) (bijlage)
- NB:
in dit rapport de voorgestelde normwaarde voor chloroform: 5ug/lt in plaats van
10ug/lt die VEWIN hanteert
- NB:
ook de blootstelling via inhalatie (douche en bad) en via de huid
Zie ook amerikaanse stoffeninformatie
systeem ‘Scorecard’
- Chloroform is erkend kankerverwekkend (P65) en verdacht van hormoonverstorende werking en schadelijk voor nieren en lever
Zie
ook ‘Hazard Rankings’ van chloroform, geanalyseerd volgens diverse
verschillende systemen en door verschillende organisaties:
- chloroform
is ‘more hazardous than most chemicals in 8 out of 14 rankingsystems’
(zie bijlage)
De
overschrijding door PWN in 2001 betreft niet zomaar een incident:
- 19x
overschrijding van de norm van de 52 metingen, waarschijnlijk overeenkomend met
19 weken = ca 5 maanden in het jaar 2001
- uitgaande
van VEWIN norm van 10ug/lt betreft overschrijding PWN tenminste meer dan 2 x
(in andere visies 4 x) de – ten onrechte gestelde - norm
- niet alleen chloroform maar ook dichloorbroommethaan (ook erkend kankerverwekkend) en de som van trihalomethanen (bij langdurige blootstelling verhoogde kans op schade aan lever, nieren en immuunsysteem) werd in het water van PWN in 2001 aangetroffen ruim boven de norm
Overigens is het beleid om het gebruik van chloor voor desinfectie te beperken. In dit verband is, na overleg met de VROM-Inspectie, door PWN gestart met het aanzienlijk verbeteren van de zuiveringstechniek bij het pompstation Andijk.
Indien
chloroform geen schade aan de gezondheid kan opleveren is er geen enkele reden
om het beleid tav het “gebruik van chloor voor desinfectie te beperken”
- de
Minister geeft met het invoeren van een beleid gericht op het beperken van
chloor voor desinfectie toe dat chloroform schadelijk kan zijn voor de
gezondheid.
- Dit is conform de resultaten van wetenschappelijk onderzoek
______________________________________
2. Is het u bekend
dat blijkens de
rapportages die
andere
waterleidingbedrijven
jaarlijks aan de
Inspectie toezenden
zich vele stoffen
in het leidingwater
bevinden die
schadelijk kunnen
zijn voor de gezondheid?
____________________________________________
2. Antwoord Minster VWS/ Staatssecrataris
VROM
Drinkwater wordt op basis van meetprogramma’s door de waterleidingbedrijven intensief op vele stoffen en micro-organismen gecontroleerd.
Met deze
uitspraak bevestigt de Minister onder meer dat niet op alle stoffen wordt
gecontroleerd
- het is dus mogelijk dat zich een of meer
stoffen, die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid, in het afgeleverde
drinkwater bevinden.
- hiermee wordt ook de kern van het communicatie beleid van
VEWIN onderuitgehaald ‘Nederland heeft het beste drinkwater van de wereld’:
indien op een of meer stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid,
niet wordt gemeten is niet gewaarborgd dat het afgeleverde water geen schade
aan de gezondheid kan veroorzaken
- het trekken van dergelijke quasi-wetenschappelijk
conclusies is in wetenschappelijke rapporten een doodzonde
Jaarlijks wordt hierover gerapporteerd aan
de VROM-Inspectie. Op basis hiervan wordt eveneens jaarlijks een rapportage
door de VROM-Inspectie opgesteld: “de kwaliteit van het drinkwater in
Nederland”. Dit rapport wordt door mij aangeboden aan de Tweede Kamer.
De uitvoering van deze meetprogramma’s is er op gericht om te controleren of
leidingwater dat de eigenaar aan derden ter beschikking stelt geen micro-organismen,
parasieten of stoffen in aantallen per volume-eenheid of concentraties bevat
die nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen hebben (artikel 4, eerste
lid, Waterleidingbesluit).
Bij de uitvoering van deze meetprogramma’s wordt incidenteel
een stof in het leidingwater aangetroffen in concentraties die mogelijk
schadelijk zou kunnen zijn voor de gezondheid.
Hiermee
geeft de Minister antwoord op de vraag
- het antwoord is ja
- het antwoord ‘mogelijk schadelijk kunnen zijn’ is
regelrecht in strijd met de uitingen voor RTL/4 (April 2003) van Drs J.C..
Berkhuizen, directeur van VEWIN, dat het drinkwater absoluut veilig is (check
exacte bewoording)
In die gevallen wordt dit altijd terstond gemeld aan de VROM-Inspectie.
Hier
bevestigt de Minister dat de consument (dus) niet terstond wordt geinformeerd
- zie Consumer Confidence Report/EPA, blz 2: de amerikaanse
consument krijgt een ‘warning notice’ wanneer stoffen die schadelijk kunnen
zijn worden aangetroffen
- Vergelijk verplichte waarschuwingen krachtens de Warenwet
al dan niet met een re-call verplichting
- In gevallen als deze dient VEWIN - ivm haar
waarborgverplichting – op zijn minst een voorziening treffen voor die
consumenten die tegen de aanwezigheid van zulke stoffen overwegende bezwaren
hebben
Indien een norm ontbreekt wordt het RIVM om advies voor een richtwaarde gevraagd en worden op basis daarvan maatregelen in de procesvoering genomen. In de afgelopen jaren zijn er in het drinkwater geen stoffen aangetroffen in concentraties die een bedreiging voor de volksgezondheid vormen. In dit verband verwijs ik naar voornoemde jaarlijkse rapportages aan de Tweede Kamer, waarvan de meest recente op 27 maart jl. is toegezonden.
Het antwoord van de
Minister dat er geen stoffen in het drinkwater zijn aangetroffen ‘in
concentraties die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid’ is in strijd
met conclusie van vele wetenschappelijke rapporten
Zie
bijvoorbeeld het rapport ‘Inventarisatie en toxicologische evaluatie van
organische microverontreinigingen’ van het RIWA 1994;
- op blz 13 staat vermeld dat 28 carcinogene en mutagene
verbindingen zowel in het oppervlaktewater als in het hieruit bereide
drinkwater voor komen; blijkens het RIWA vervolgrapport van 2000 is in deze
situatie geen wezenlijke verandering gekomen; deze stoffen worden als
‘prioritair’ aangeduid, ze zijn – volgens het rapport - vanuit
gezondheidskundig oogpunt relevant en worden in concentraties >0,1
microgr/lt aangetoond
- de conclusies van het rapport:
-“deze stoffen kunnen dus de huidige zuiveringssystemen
passeren”;
-“de aanwezigheid van de in dit rapport vermelde prioritaire
stoffen moet als ongewenst worden beschouwd” en
- met
name de conclusie van het rapport:
-een
juiste inschatting van de gezondheidskundige risico’s voor de drinkwaterconsument
is op basis van de huidige inzichten nog niet duidelijk te geven”
zijn rechtstreeks in strijd met het antwoord van de Minister
Zie ook het RIWA rapport ‘Selectie en
identificatie van onbekende stoffen’/ april 2000/
- ‘bij screening onderzoek worden regelmatig
massaspectra gevonden waarvan de identiteit van de bijbehorende stof niet kan
worden vastgesteld’ ( ). Zij komen voor
in het onbehandelde en behandelde water. ‘ Zolang de identiteit van de stof
niet duidelijk is is het niet mogelijk uitspraken te doen over de relevantie
van de stof ten aanzien van ( ) humane
toxiciteit’
Door te stellen dat In de afgelopen
jaren ‘er in het drinkwater geen stoffen zijn aangetroffen ‘in concentraties
die een bedreiging voor de volksgezondheid vormen wekt de Minister een
beeld op dat er kennelijk op gericht is om op quasi-wetenschappelijke cq
misleidende wijze het bestaan van niet aanwezige hoedanigheid van het product
leidingwater (stoffen zijn niet alleen niet aangetroffen maar zijn ook
daadwerkelijk niet aanwezig) te suggereren
_______________________________________
3
Kunt u bevestigen dat
het leveren van
drinkwater met
stoffen die schadelijk
kunnen zijn voor de
gezondheid in
strijd is met het
bepaalde in de
Waterleidingwet en
het
Waterleidingbesluit
alsmede met de
bestaande
jurisprudentie met
betrekking tot de
relevante
Wetsartikelen?
________________________________________
3. Antwoord Minster VWS/ Staatssecrataris
VROM
Het leveren van drinkwater dat schadelijk is voor de volksgezondheid is in strijd met artikel 4, eerste lid, van de Waterleidingwet en de eisen met betrekking tot de kwaliteit van leidingwater vastgelegd in het Waterleidingbesluit.
De
Minister geeft de wettelijke verplichting niet correct weer:
- volgens artikel 4 Waterleidingbesluit mag geen
leidingwater geleverd worden die nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen
hebben
- deze wettelijke eis leidt tot een geheel andere
beoordeling van de veiligheid van het leidingwater dan indien het criterium
‘schadelijk is’ zou gelden
- Omdat de uiting afkomstig is van de Minister, tevens
toezichthouder op de uitvoering van de Waterleidingwet en Waterleidingbesluit,
mag niet zondermeer worden aangenomen dat het hier om verschrijving gaat
Overigens is - zoals hiervoor vermeld - het mogelijk leveren van water dat schadelijk is voor de gezondheid, niet aan de orde.
Ook hier
geeft Minister onjuiste informatie:
- zelfs met de hantering van het verkeerde wettelijk
criterium is mogelijke schade aan de gezondheid uitdrukkelijk wel aan de orde
- zie RIWA rapporten ‘Inventarisatie en toxicologische evaluatie van organische microverontreinigingen’ / 1994 en 2000 als besproken onder vraag 2
- zie RIWA rapport ‘Xeno-oestrogenen en drinkwaterbronnen’/ juli 1998
- zie RIWA rapport ‘Selectie en identificatie van onbekende stoffen’/ april 2000
Op grond van artikel 7 van de Waterleidingwet kan de Inspecteur, indien naar
zijn oordeel niet wordt voldaan aan het bij of krachtens artikel 4 bepaalde, de
eigenaar van een waterleidingbedrijf verplichten binnen een bepaalde termijn
maatregelen te treffen die de Inspecteur nodig acht. In de jurisprudentie is
bevestigd dat de Inspecteur op grond van artikel 7 van de Waterleidingwet
maatregelen kan voorschrijven opdat wordt voldaan aan de deugdelijkheideis van
artikel 4 van de Waterleidingwet (uitspraak Afdeling van de Geschillen van
Bestuur van de Raad van State d.d. 26 juli 1990, inzake de NV Bronwaterleiding
Doorn).
___________________________________
4
Bent u van mening dat
het leveren
van leidingwater een
resultaatsverplichting
is en dat
derhalve voor
consumenten, die
overwegende bezwaren
hebben
tegen de aanwezigheid
van stoffen in
het leidingwater die
schadelijk
kunnen zijn voor de
gezondheid, op
basis van de wet een
voorziening
moet worden getroffen
zodanig dat
zij kunnen beschikken
over water
waar deze stoffen (zo
goed mogelijk)
uit zijn verwijderd?
___________________________________
4.
Antwoord Minster VWS/ Staatssecrataris VROM:
Het leveren van kwalitatief goed leidingwater is een zorgplicht van het waterleidingbedrijf op grond van de Waterleidingwet.
Ook hier
geeft Minister informatie die in strijd is met de wet, de opvattingen van de
afdeling Drinkwatervoorziening van VROM en KIWA, van VEWIN en het zekerstellen
van behartiging van de volksgezondheid.
- in strijd met de wet: artikel 4 van de Waterleidingwet
eist dat de deugdelijkheid ‘gewaarborgd is’. Volgens het groot woordenboek van
van Dale is dit werkwoord een synoniem voor ‘garanderen’;
-drinkwaterbedrijven zijn derhalve wettelijk verplicht om te
garanderen dat het water geen schade aan de gezondheid kan opleveren
-er is derhalve sprake van een resultaatsverplichting
- in strijd met opvattingen van de opvattingen VROm en KIWA:
zie artikel ‘De microbiologische kwaliteit van het drinkwater in Nederland:
goed, beter of best?/ mr W.F.E. Reinhold, afdeling Drinkwatervoorziening
Ministerie VROM/vakblad H2O 1996 met reactie van D. van der Kooij, KIWA NV
Onderzoek en advies: kernbepaling is artikel 4 Waterleidingwet, ook als
parameterwaarden van het Waterleidingbesluit worden nageleefd (zie bijlage)
- in strijd met opvatting van VEWIN : zie brief VEWIN aan
HWS 28 april 2003, Inventarisatie Uitingen, blz 8
- in strijd met het zekerstellen van behartiging van de volksgezondheid: de opstelling van de Minister zou betekenen dat VEWIN – indien zij alles zou doen wat ‘mogelijk is’ doch niet in staat is met de gekozen zuiveringstechnieken een of meer stoffen uit het leidingwater te verwijderen die schadelijk zijn/ zouden kunnen zijn voor de gezondheid - leidingwater zou mogen afleveren met deze (potentieel) schadelijke stoffen
Deze situatie – die zich overigens de huidige praktijk anno 2003 weerspiegelt – is onaanvaardbaar. De consument dient hiervan op zijn minst per ommegaande op de hoogte te worden gesteld. Er dienen – als uitvloeisel van artikel 4 Waterleidingwet - voorzieningen getroffen te worden voor die consumenten die overwegende bezwaren tegen de aanwezigheid van deze stoffen in het leidingwater hebben (zie formulering fluor arrest)
In het Waterleidingbesluit zijn eisen vastgelegd met betrekking tot de kwaliteit van het drinkwater. Hiermee is voldoende gewaarborgd dat consumenten kunnen beschikken over kwalitatief goed leidingwater.
Het antwoordt van de Minister is incorrect
en vanuit het oogpunt van redeneer techniek volstrekt onaanvaardbaar
- Dat het ‘vastleggen van eisen’
gelijk staat met een ‘waarborg’ dat consumenten kunnen beschikken over
kwalitatief goed leidingwater getuigt van een verbijsterend ontbreken van
gevoel voor logica en consequentie alsmede van een onaanvaardbaar niveau van
bewijsvoering
- Zie bovengenoemd KIWA rapporten voor het
vaststellen van de feitelijke incorrectheid van de stellingen van de Minister
Indien zich een normoverschrijding voordoet is het waterleidingbedrijf er aan
gehouden alles te doen wat in haar vermogen ligt om zo’n normoverschrijding te
beëindigen. De regionaal inspecteur van VROM houdt direct toezicht op het
waterleidingbedrijf en heeft de bevoegdheid direct in te grijpen in de
bedrijfsvoering van het waterleidingbedrijf indien hij daartoe de noodzaak
aanwezig acht (artikelen 7 en 8 van de Waterleidingwet). De aard van de
maatregelen hangt van de situatie af.
Het
antwoordt van de Minister op de tweede deelvraag (… dient een voorziening te
worden getroffen …?) geheel afwezig
________________________________
5
Vindt u dat
gebruikers van drinkwater
op basis van
beschikbare feitelijke
informatie als
hierboven aangegeven
zelf moeten kunnen
beslissen of, en
zo ja op welke wijze,
zij van een
product gebruik
maken?
_________________________________
5. Antwoord Minster VWS/ Staatssecrataris
VROM
Uiteraard heeft een ieder in Nederland de vrijheid om op basis van beschikbare feitelijke en complete informatie over de kwaliteit van een product, te kiezen voor het al of niet gebruik maken van dat product. Het waterleidingbedrijf is wettelijk gehouden aan het leveren van deugdelijk drinkwater. Beide uitgangspunten leiden er toe dat de gebruiker kan beschikken over goed drinkwater. In hoeverre de gebruiker gebruik maakt van het aangeboden water is aan hem/haar om te bepalen.
Het
antwoordt van de Minister is incorrect en bovendien beneden het niveau dat van
de centrale overheid mag worden verwacht:
- noch de vrijheid van de consument in
Nederland, noch het feit dat waterleidingbedrijven gehouden zijn aan de wet
leidt er toe dat daarmee gewaarborgd is dat er in het afgeleverde leidingwater
geen stoffen zitten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid
- De Minister doet een verklaring waarom
niet gevraagd is, die bovendien onjuist is en die er kennelijk op gericht is om
op misleidende wijze bij de consument het bestaan van niet aanwezige
hoedanigheden van het leidingwater te suggereren
_____________________________________
6.
Bent u bereid beleid
te ontwikkelen
gericht op het
voorschrijven in de
drinkwaterwet
periodiek (tenminste
2x per jaar) van het
pro-actief
verstrekken van
deugdelijke
publieksgerichte
informatie over
drinkwater per
drinkwaterdistributiegebied
______________________________________
6. Antwoord Minster VWS/ Staatssecrataris
VROM
Er wordt periodiek over de kwaliteit van drinkwater gerapporteerd.
Deze
opmerking is op geen enkele wijze relevant. De Minister dient dit soort
uitingen achterwege te laten.
Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2. Het (pro-actief) informeren van de toezichthouder en verbruikers is geregeld in de Waterleidingwet (artikel 4, tweede lid onder k). Nadere regels hieromtrent, waaronder regels met betrekking tot openbaarmaking van gegevens, zijn gesteld in het Waterleidingbesluit (artikel 4, vijfde lid, artikel 4a, derde lid, artikel 4b, tweede lid en Hoofdstuk V).
Hier
wordt het incorrecte antwoorden en de (al dan niet bewust veroorzaakte)
begripsverwarring van de van de Minister
duidelijk alsmede de hiaten in de wet. De feiten zijn:
- de consumenten in Noord Holland zijn niet
geďnformeerd over de normoverschrijdingen ten aanzien van (1) chloroform, (2)
dichloorbroommethaan en (3) som van trihalomethanen
- Even goed zijn de consumenten in regio’s Den Haag en
Rotterdam niet geinformeerd over het feit dat hun leidingwater de
restanten van tenminste 40 tot 50 chemicalien bevat die schadelijk kunnen zijn
voor hun gezondheid
Waarom
zijn de consumenten in Noord Holland niet geďnformeerd? In vergelijking met
Consumer Confidence Rapporten - die sedert 1998 tenminste 1x per jaarnaar
alle consumenten in de Verenigde Staten
via de post of locale kranten worden gecommuniceerd - is in het
Waterleidingbesluit van 1 januari 2003 een zodanig (ondoorzichtig) stelsel van
regels en uitzonderingen gecreëerd dat de consument niet pro-actief
geďnformeerd wordt over
a) welke stoffen in het afgeleverde leidingwater zitten,
b) waar deze vandaan komen en
c) welke mogelijke gezondheidseffecten deze stoffen zouden
kunnen veroorzaken.
Een van
de methoden die wordt gehanteerd is artikel 4 lid 5 van het
Waterleidingbesluit; de verbruikers (consumenten) moeten geďnformeerd worden
als er sprake is van normoverschrijding. Drinkwaterbedrijven hoeven de
consumenten derhalve niet te informeren
- als er geen wettelijke normen zijn (en die dus ook niet
overschreden worden, komt heel vaak voor)
- als (nog niet ) niet wetenschappelijk is aangetoond dat
een stof schadelijk is voor de gezondheid (ook al zijn er geruime tijd
vermoedens)
- als VEWIN niet aan zijn eigen normen voldoet (er zijn dan
geen wettelijke normen overtreden)
- als er wel normen zijn doch onzekerheid bestaat over de
lange termijn effecten (idem)
- als onbekende stoffen zijn aangetroffen waarvan men niet
weet of deze schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid
- als de norm wordt overschreden doch aan eigen gekozen
gemiddelden over een jaar wordt voldaan
- etc
In geval van normoverschrijding waarbij de volksgezondheid in het geding kan zijn dienen de toezichthouder en verbruikers hierover terstond te worden geďnformeerd. Artikel 25 van het Waterleidingbsluit bepaalt dat de gegevens van onder meer de meetprogramma’s binnen vier weken nadat deze bekend zijn geworden voor een ieder toegankelijk zijn. Dit artikel regelt ook de openbaarheid van gegevens met betrekking tot de kwaliteit van het geleverde leidingwater.
Voor de
vraag of de consument moet worden geinformeerd gelden ook de gewone regels uit
het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van productaansprakelijkheid:
- PWN heeft waarschuwingsplicht op grond van
productaansprakelijkheid
-er is sprake van in het verkeer brengen van een
ondeugdelijk product (ondermeer chloroform)
-product kan schade aan gezondheid opleveren
-Voor het product wordt reclame gemaakt op een wijze die de
consument verlokt tot gebruik
-Overigens is sprake van risicoaansprakelijkheid van
producent (drinkwaterbedrijven) op grond van waarborgverplichting
(resultaatsverplichting)
-omkering bewijslast: drinkwaterbedrijven moeten juistheid
van hun mededeling (stoffen kunnen geen schade aan de gezondheid veroorzaken)
bewijzen
-benadeelde kan schade en rectificatie vorderen
Verbruikers kunnen tevens informatie verkrijgen bij het waterleidingbedrijf (inclusief de web-site). Ik ben van mening dat de informatievoorziening naar de verbruikers daarmee voldoende gewaarborgd is.
Deze
informatie is – anders dan volgens de Civil Right to Know Act/ EPA consumer
confidence reports – zelfs voor kenners geheel ontoegankelijk en zeker niet
publieksgericht
__________________________________