Achtergrond informatie
VORIG / DEELONDERWERPEN / HOME / GROOT SCHERM

Hormoon- ontregelende stoffen

Hormoonontregelende stoffen (engels: endocrine-disruptors) zijn stoffen die het hormonale systeem zodanig kunnen beïnvloeden dat nadelige effecten kunnen optreden voor het blootgestelde organisme dan wel zijn of haar nageslacht, aldus het vakblad voor drinkwaterbedrijven H2O (nr 1/2000, blz 13).

  • Bij een breed scala van in het wild levende dieren zijn afwijkingen gevonden aan voortplantingsorganen of in het seksueel gedrag die zijn toegeschreven aan blootstelling aan stoffen die hormoonsystemen kunnen beïnvloeden

  • effecten op de voortplanting en ontwikkeling van dieren kunnen grote betekenis hebben voor het voortbestaan van een populatie en daarmee op het goed functioneren van een ecosysteem

  • hormoonontregelende stoffen zijn weinig soortspecifiek. Allerlei dieren in het milieu kunnen worden geschaad. Daardoor kunnen op vele plaatsen in ecosystemen verstoringen in structuur en functie optreden met onoverzienbare gevolgen

  • een eenmalige en betrekkelijk lage dosis van een hormoonontregelende stof, met name in de kritieke fase van de ontwikkeling van het dier, kan al effectief zijn.

  • Bij gecombineerde blootstelling aan meerdere hormoonontregelaars tegelijk kan additiviteit van effecten optreden (zie H2O, 1/2000)
  • Ten aanzien van bestrijdingsmiddelen,weekmakers in plastic, verfstoffen, synthetische hormonen en dioxine zijn aanwijzingen gevonden die duiden op een oestrogene werking. Een aanzienlijk deel van deze stoffen wordt op grote schaal geproduceerd. Dat deze stoffen in het aquatisch milieu terecht komen is wetenschappelijk aangetoond.

    Meetgegevens van concentraties xeno-oestrogen stoffen in drink- en oppervlakte water zijn schaars. Voor een aanzienlijk aantal stoffen is zelfs geen analysemethode beschikbaar.

    In Nederland werden tot juli 1998 de volgende hormoonverstorende verbindingen in het leidingwater aangetroffen:
    1. atrazin in een concentratie variërend van 0,01-0,067 ug/l
    2. Bis(2-ethyl-hexyl)ftalaat, in concentraties van 0,03-0,09 ug/l
    3. 4-nonylfenol, in concentraties van 0,1-1,0 ug/l
    4. styreen, in concentraties van 0,01-0,1 ug/l
    (bron: RIWA/Xeno-oestrogenen en drinkwater(bronnen)/ Juli 1998).